Vragen

0

Roman wordt in augustus vier, maar de Grote Vragen des Levens dringen zich al aan hem op. Als we langs een weiland lopen: ‘Hoe worden lammetjes geboren?’ En zonder adempauze erachteraan: ‘En hoe gaan ze weer dood?’
‘Ze gaan niet dood Roman, ze leven pas net.’
‘Maar wij eten ze toch op ?’
Net als ik besluit naast mijn schoenen te gaan lopen van trots over zoveel wijsneuzigheid, zet mijn zoontje me weer met twee voeten op de aarde. Veel andere vragen die Roman stelt, hebben namelijk een materialistische inslag. Hij wil, net als alle andere kinderen van zijn leeftijd, dingen hébben.
Roman wil een Toyota Landcruiser. Die wil hij sinds zijn vader en ik in de Toyotagarage een naar zijn smaak totaal verkeerde keus maakten en we hem mokkend achter het stuur van zo’n familietractor vandaan moesten slepen. Roman wil een elektrische auto met afstandsbediening. Hij wil eigenlijk alles waar een afstandsbediening bij zit. Z’n verlanglijstje voor zijn verjaardag in augustus, die volgens hem nu toch echt niet meer ver weg kan zijn luidt als volgt: ‘Ik wil een auto met afstandsbediening. Ik wil een fiets met afstandsbediening.
Ik wil een brandweer met afstandsbediening. Ik wil een boom met afstandsbediening.’
‘Wat?’ onderbreken we hem, ‘hoezo?’
‘Ja, dan gaat-ie waaien als je op het knopje drukt, en,’ somt hij verder op: ‘ik wil een vogel met afstandsbediening. Ik wil een afstandsbediening met afstandsbediening.’
Roman wil zelfs de plastic dopjes met monsterlijke afbeeldingen die tegenwoordig in zakjes chips zitten. De opvolgers van de flippo, zeg maar. Je kunt er niks mee, maar Roman wil ze hebben. Net als honderdduizenden andere kinderen. Mijn generatiegenoten moesten het doen met niet van echt te onderscheiden (dachten we) tatoeageplaatjes. Per stuk verkrijgbaar bij kauwgom en in elk geval een stuk minder nutteloos dan die plastic wegwerptroep. En dat stoort me misschien nog wel het meest. Wie wil er nu dat ook zijn kind in de goedkope trucs van een chipsfabrikant trapt?

In Zweden schijnt reclame gericht op kleine kinderen verboden te zijn. Gezegend land. Bij ons is niks verboden, en ik worstel dan ook ernstig met de vraag die vele ouders moet kwellen. Hoe zorg je ervoor dat je kind a. je niet de oren van het hoofd zeurt en b. niet onherstelbaar verwend raakt en c. niet binnen de kortste keren tot de 20% kinderen met overgewicht hoort? A, b en c hangen sterk samen, denk ik zomaar.
Welk argument heb je als hedendaagse ouder om je kind dingen te ontzeggen? Zelfs een driejarige kijkt je meewarig aan als je beweert dat je geld op is. ‘Dan koop je toch nieuw geld?!’ Alles is te koop. Daar wil ik dus niet aan. Ergens geloof ik dat soberheid en schaarste een kind goed doen. Maar er is hier sprake van overmacht. De macht van de chipsfabrikanten, waar je als ouder in principe kansloos tegen bent. Te dik of niet te dik. Verwend of niet verwend. Dat is de kwestie.

Daarom vraag ik vast aan familie en vrienden verjaardagscadeaus aan Roman binnen redelijke grenzen te houden. Het pakje moet in één stuk door de deur passen. Ik laat buren weten dat Roman niet onbeperkt chips mag, geen ijsjes, cola en geen oneindige hoeveelheden drop. Roman zelf spreek ik er ook op aan. Hem druk ik op het hart niks in zijn mond te stoppen zonder mijn toestemming. De orale fase heeft hij op die manier ten slotte ook overleefd. Opvallend genoeg stelt hij juist die vraag ‘mam, mag ik dit opeten?’ te weinig of simpelweg te laat. Hij weet gewoon dat ik het in vermalen toestand niet meer achter z’n kiezen vandaan trek. Snel doorslikken en dan – met de meest onschuldige blik – vragen: ‘uitspugen?’

About Author

'); } //-->

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.