Telefoon

0

Roman kon hij al eerder telefoneren dan praten. Toen hij nog niet verder kwam dan onsamenhangende kreten, wist hij de knoppen van ieder gangbaar merk mobieltje al foutloos te bedienen. In het begin probeerde ik nog te voorkomen dat hij opnam, om de beller te behoeden voor een snerpende ‘hallo’-gil of iets dat daarvoor door moest gaan. En voor het gevecht dat daarna geleverd moest worden om hem de telefoon afhandig te maken.
Hoe anders was dat toen ik zijn leeftijd had. Ik ben nog opgevoed met het idee dat je alleen belde om een uitzonderlijk belangrijke mededeling te doen. De eerste zes jaar van mijn leven bracht ik door in Amerika en telefoneren naar de Nederlandse familie kostte destijds een vermogen. Naast veel brieven, foto’s en soms zelfs een 8-mm filmpje, die mijn moeder onze oma van die afstand stuurde, legde ze ook de stemmen van de kinderen vast op tape. Dit leek een leuk alternatief voor telefoneren. Meestal hoorde je hoe we geholpen (of beter gezegd geregisseerd) werden. Onze stemmen kwamen nooit boven een verlegen fluistertoon uit en de ‘bedankt voor de cadeautjes’-zin moest er bij wijze van spreken uit geperst worden.

Romans omgang van de telefoon lijkt wel aangeboren. Mij maak je niet meer wijs dat de evolutie van de mens met homo sapiëns zijn einde heeft bereikt. Roman is lid van de eerste generatie homo telefonaticus. Natuurlijk vind ik het ook geen gezicht, al die achtjarigen die bij mij in buurt met hun mobieltje tegen hun oor geklemd op de schommel zitten of aan het knikkeren zijn. Maar kennelijk is dat niet te voorkomen. Ook Roman voert tegenwoordig met het grootste gemak al rondwandelend hele gesprekken met vrienden, kennissen en familie.
‘Dag oma, kom je morgen langs? Dan haalt mamma je wel op.’
(…)
‘Nee hoor, mamma kan wel.’
(…)
‘Echt wel, er staat niks in de agenda hoor.’
Roman denkt namelijk ook door te hebben hoe de agenda werkt. Bij mij gaan de telefoon en de agenda vrij vaak samen en het moet hem ook zijn opgevallen dat de agenda soms de aanleiding vormt tot geharrewar tussen zijn vader en mij. Hoe dan ook, een agenda is duidelijk van levensbelang en dus wil Roman er ook één.
‘Wat staat hier?’ vraagt hij me.
Tot mijn schrik toont hij me onze huisagenda, geheel beklad.
‘Het is niet meer te lezen, want jij hebt erin gekrast.’
Is dit een opzettelijke wraakactie, vraag ik me schuldbewust af. Grappig genoeg zijn agenda en telefoon ook de twee voorwerpen in huis die hij, waarschijnlijk bij gebrek aan broertjes en zusjes, als oneerlijke concurrentie ervaart.
‘Nu ophangen. Hou nou eens op met bellen,’ is een verzoek dat hij regelmatig tot ons richt.
Nog maximaal tien jaar, denk ik, en dan zullen de rollen omgekeerd zijn.

About Author

Myrte Gay Balmaz
'); } //-->

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.