Communicatie: verbaal en non-verbaal

0

Elk kind is uniek! Hieronder zal een korte samenvatting volgen van de taalontwikkeling bij kinderen tussen de 0-4 jaar oud. Belangrijk om te beseffen, is dat alle genoemde leeftijden gemiddelden zijn. Elk kind is anders en uniek. Een gemiddelde zegt vrij weinig over jouw kind. Het is slechts een richtlijn. Op jonge leeftijd kan er nog nauwelijks gesproken worden over een achterstand en elk kind leert en produceert in zijn eigen tempo!

Communicatie: verbaal en non-verbaal Communicatie is een van de belangrijkste facetten van het opvoeden. Je bent, zonder dat je je hier wellicht bewust van bent, de hele dag aan het communiceren met je kind. Je kind leert vooral door te imiteren en af te kijken, wat jou weer een enorm belangrijk voorbeeld maakt in de taalontwikkeling van je kind.

Belangrijk om hierbij te beseffen, is dat de communicatie tussen jou en je kind voor een groot deel non-verbaal verloopt. Dat wil zeggen, zonder woorden.  Naarmate een kind ouder wordt, begint de verbale communicatie steeds meer een rol te spelen. Echter, de non-verbale communicatie blijft ons hele leven lang sterk aanwezig.

Hieronder zal het vooral gaan over de ontwikkeling van de verbale communicatie. Welke rol de non-verbale communicatie speelt, zal in de volgende blogs duidelijk worden. Voorbeelden van non-verbale communicatie op jonge leeftijd zijn: het wijzen naar objecten, het pakken van je hand en je meenemen en het aangeven van een speeltje of een boekje. Allemaal manieren om te communiceren zonder woorden.

Klanken Kinderen leren taal door te luisteren naar de mensen in hun omgeving en hen na te doen. In de eerste tijd leren baby’s eigenlijk vooral dingen af dan bij. Al in de eerste paar dagen na de geboorte leren ze welke klanken gebruikt worden in hun eigen taal.  Een pasgeboren baby kan nog alle klanken van de wereld onderscheiden, maar een baby van een paar dagen oud, kan dit al niet meer en is al duidelijk beperkt tot de klanken van de eigen taal. Als een baby ongeveer 6 maanden oud is, let hij al niet meer op de klankpatronen die niet bij zijn eigen taal passen. Daarna gaat een baby herkennen welke woorden veel worden gebruikt en krijgt hij duidelijk gevoel voor intonatie.

Baby’s van ongeveer 2 maanden oud beginnen met het maken van ‘klinker-achtige’ klanken: ‘Ooooo’ en ‘aaaaa’. Als ze ongeveer 4 maanden zijn, gaat dit over in gebrabbel en voegen ze medeklinkers toe: ‘bababa’ en mamamama’. Rond deze leeftijd gaan we ook duidelijke interactie met de ouder zien. Dit zien we zowel in de verbale als non-verbale communicatie terug. Denk maar aan een baby die jouw woorden en geluidjes probeert na te zeggen of het lachen bij het spelletje kiekeboe.

Tussen de 7 en de 10 maanden worden duidelijk de klanken van de eigen taal kenbaar wat rond de 12 maanden kan leiden tot het eerste woordje (Dit varieert echter tussen de 8 en 18 maanden.) De eerste woordjes verwijzen over het algemeen naar belangrijke mensen (‘mama’ en ‘papa’), objecten die kunnen bewegen (‘bal’, ‘auto’) of bekende gebeurtenissen (‘dag’, ‘op’, ‘meer’).

Woorden De verbale communicatie, met name de woordenschat, bereikt een piek tussen de 18 en 24 maanden. Kinderen leren dan gemiddeld zo’n 10 à 20 nieuwe woorden per week. Ook het begrijpen van woorden die anderen zeggen neemt vanaf de 18 maanden duidelijk toe. Het begrijpen van woorden loopt duidelijk voor op het produceren van woorden.

Gedurende de volgende paar jaar, leren kinderen steeds weer nieuwe woorden en nieuwe betekenissen. Je zult zien dat kinderen woorden eerste nog verkeerd uitspreken (klanken versimpelen of weglaten bij moeilijke woorden) dat ze alles wat rond is ‘bal’ noemen, maar ook dat ze zelf woorden gaan verzinnen voor dingen waarvan ze het woord nog niet kennen. Een meisje van 3,5 op mijn groep zei laatst dat ze later graag ‘tuinvrouw’ wilde woorden. Een duidelijk zelf bedacht woord, omdat ze het woord ‘tuinier’ of  ‘hovenier’ nog niet kent. Zodra ze dit woord wel kent, zal het woord ‘tuinvrouw’ ook gelijk worden vervangen.

Grammatica Ook op jonge leeftijd zien we dat kinderen de basale regels van de grammatica aan het uitproberen zijn. In eerste instantie zul je kinderen tussen de 1,5 en 2,5 jaar veel horen praten in een soort ‘telegramstijl’: ‘Ik moe’, ‘Mama auto’, ‘Au buik’. 2- en 3-jarigen gaan hier al woorden tussen plakken: ‘Ik ben moe’, ‘Mama haar auto’, ‘Buik doet pijn’. Wel zijn ze nog erg aan het oefenen met deze regels en zullen ze hierin fouten maken, zoals: ‘Ik is moe’ en ‘Mama zijn auto’.

Tegen de tijd dat een kind 4 jaar oud is, is het redelijk tot goed in staat om op een verbale manier te communiceren. Zowel onderling met kinderen van de eigen leeftijd als met volwassenen. Kinderen kunnen goed uitleggen wat ze bedoelen en gebruiken metaforen voor de woorden die ze nog niet kennen.

In de jaren die volgen, zal de woordenschat nog verder worden uitgebreid, zullen ze de betekenis van nieuwe woorden steeds beter leren te begrijpen door naar de context te kijken en zullen ze zich de regels van de grammatica verder eigen gaan maken.

About Author

'); } //-->

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.