Wat ik zeg versus wat mijn kind hoort

0

Heb je soms ook het gevoel dat je tegen doveman oren praat of dat je kind totaal iets anders hoort dan wat jij zegt. Je vertelt je dochter bijvoorbeeld dat het bedtijd is. Maar op een raadselachtige manier hoort zij dat het juist tijd is om als een gek achter haar broertje aan te zitten. 

Vaak lijkt er iets verkeerd te gaan wanneer een zin jouw mond verlaat, en het moment dat het binnenkomt bij je kinderen. Tien herkenbare momenten op een rijtje:

1. Morsen

Jij zegt tegen je kind: Pas op, zo mors je melk uit je beker.
Wat jouw kind hoort: HELEMAAL NIKS! …. en morst de melk

2. Bedtijd

Je hoeft het niet eens te zeggen, het is alsof ze een biologische klok hebben die een interne omschakeling naar hyper-krankzinnig en gevoelig rond het slapengaan omkeert.
Jij zegt tegen je kind: Het is bedtijd.
Wat jouw kind hoort: Bereid je alvast voor, maak je klaar, want het is tijd voor… GO CRAZY!

3. Toetjes

Jij zegt tegen je kind: We hebben geen ijs meer.
Wat jouw kind hoort: We hebben bakken vol ijs, allemaal verstopt, en jij moet gewoon net zo lang blijven drammen totdat jij je zin krijgt.

4. Lange rit

Jij vertelt aan je kind: Nee, we zijn er nog niet bijna. We hebben nog een lange rit te gaan.
Wat jouw kind hoort: Nee, maar vraag het mij gewoon nog een keer over 10 seconden. Geen probleem!

5. Vliegen

Voor veel kleine kinderen zijn er eigenlijk maar twee soorten vliegende insecten: bijen en zeer waarschijnlijk bijna zeker ook een bij.
Jij vertelt aan je kind: Het is een doodnormaal vliegje, doet helemaal niets kwaad.
Wat jouw kind hoort: Bij! Ren voor je leven!!!

6. Badwater

Jij vertelt aan je kind: Je mag het badwater niet drinken.
Wat jouw kind hoort: Drink, drink, drink, drink.

7. Niet eten

Jij zegt tegen je kind: Eet die appel op de grond niet!
Wat jouw kind hoort: Eet die appel zo snel mogelijk op, voordat ik de kans krijg om het op te eten.

8. Klein hapje

Jij zegt tegen je kind: Oké, maar een klein hapje dan.
Wat jouw kind hoort: Probeer eens uit of jij het hele ding in je mond kan krijgen.

9. Aan de telefoon

Jij zegt tegen je kind: Ssshtt, ik ben aan de telefoon!
Wat jouw kind hoort: Stel me jouw vraag opnieuw en opnieuw en opnieuw, en vooral belangrijk: doe dit heer hard!

10. Niet aanraken

Jij zegt tegen je kind: Je mag het toetsenbord NIET aanraken.
Wat jouw kind hoort: Raak nu meteen dat toetsenbord aan.

12. Uitproberen

Jij zegt tegen je kind: Probeer dit lekkere nieuwe hapje eens uit.
Wat jouw kind hoort: Probeer dit smerige, vieze, papperige gif eens.

Bron: Howtobeadad.com

About Author

'); } //-->

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.