We praten soms langs elkaar heen!

0

Het lijkt soms of kinderen niet luisteren. Dat kan erg lastig zijn bij tijden, omdat het dan lijkt alsof je de ander niet raakt of dat het niet overkomt, wat je zegt. Dat kan ook gebeuren, wanneer kinderen echt niet doen wat je vraagt. Jij denkt, dat je al gezegd hebt, dat een kind iets wel of niet moet doen, maar je kind reageert niet of nauwelijks. Het lijkt alsof het hem niks kan schelen wat je zegt.

Hoe je ook je best doet, met verwoorden, het komt gewoon niet over.

Je voelt je radeloos. Misschien wel boos, of teleurgesteld. Je probeert het nog maar eens vriendelijk te zeggen. Maar nee, weer geen resultaat.

Je kind doet het niet. En je bedoelde het zo goed. Je zei het zo duidelijk.

Wat nu?

Soms is het nodig, om met elkaar te kijken naar HOE je met elkaar praat. Welke boodschap breng je over, met je woorden en met je houding. En hoe kom jij als zender, over op het kind (de ontvanger). Heeft het kind in de gaten, wat jij eigenlijk wilt zeggen?

Als je dat niet doet, en weer gaat zenden, is de kans groot, dat jij weer uitleg geeft, vertelt wat je al dan niet wilt en je kind het weer niet doet. Je baalt. Je wordt boos. Je raakt gefrustreerd. En je kind doet het nog niet.

en dan?

Terug:

  • HOE vertelde jij wat je wilde?
  • was jij echt zo duidelijk, als jij dacht dat jij was?
  • en in die woorden, was jij daarin congruent met je gevoelens over het kind en zijn actie? (zodat er geen ruis ontstaat)
  • hoe is het resultaat? (m.a.w. kan het kind weten wat je bedoeld, en er daarom op reageren?)

Een klein voorbeeld van wanneer je denkt dat je duidelijk was, en een kind dat anders lijkt te beleven.

Op school, maken de kinderen mooie mutsen voor zichzelf. De juf geeft aan wat er moet gebeuren, kijk: lijmen, ja zo. Nu nog de vorm knippen. Pak maar een paar blaadjes die je leuk vindt. Het kind pakt helemaal niks. Maar??

Het kind wist niet waar de blaadjes lagen, dus in zijn hoofd werd de opdracht wel verwerkt, maar hij kon duidelijker. Daarom lukte het op dat moment niet. De blaadjes lagen namelijk niet op tafel, maar in de knutselkast wat verderop, en die was niet duidelijk voor het kind.

Toen ik dit benoemde, richting juf met een ‘’maar waar dan, juf?’’ kon juf wat preciezer zijn in wat ze hem had opgedragen en kon hij de opdracht uitvoeren.

Vanochtend toen ik mijn dochter naar het kinderdagverblijf bracht, gebeurde iets soortgelijks, maar dan net andersom. Ik vroeg haar haar jas op te hangen aan haar kapstok, en schoenen uit te doen. Ze deed dit keurig. Ze zocht een plekje tussen de schoentjes, die er al stonden. Ik zag aan haar de moeite die ze deed, om heel precies, zonder die schoenen te verplaatsen, haar schoenen ertussen te zetten. Dit lukte niet. Ze werd onrustig. Ik benoemde: wat probeer je dat goed, met je schoenen. He, er is net geen plekje onder jouw kapstok, he? Wat nu? Ik zag haar even staren, en vervolgens zette ze ze naast de schoentjes die er al stonden, net naast haar kapstok. Ze keek ernaar, keek naar mij en lachte. In dit geval hielp ondertitelen, voor haar, om rustig te blijven en zelf een oplossing te verzinnen.

About Author

Delia Hofman was jarenlang (spel)begeleidster van kinderen en jongeren met ASS. Ze is moeder, en coacht bij Play 'n Move, gezinscoaching. Hier coacht ze kinderen, jongeren en/ of hun ouders.

'); } //-->

Geef een reactie