Naschoolse Opvang

1

‘Mam, wanneer hoef ik niet meer naar de NSO?’, vraagt Tijs weer eens op maandagochtend, terwijl we een boterham naar binnen zitten te werken.

Maandag is de enige NSO middag. De woensdagmiddag is het oma Patricia middag en de vrijdagmiddag brengt Tijs bij zijn vriendje Olav door. Dus vaak hoeft hij niet naar de NSO. Elke maandag van half drie tot half zes wordt mijn kind daar prima beziggehouden. De locatie van de NSO is ook perfect: Op het voetbalterrein waar mijn kind ook nog eens op maandagavond vanaf half zes training heeft. Dus een betere en praktischer oplossing is er, wat mij betreft niet. Maar Tijs ziet het anders, al een hele tijd. Hij is oud en wijs genoeg om drie uur alleen thuis te zijn en ach de training slaat hij dan toch over? Dat is toch minder leuk dan wedstrijden spelen. Nu is Tijs geen roekeloos kind, maar met negen (bijna tien) jaar zo’n verantwoording geven gaat mij écht te ver.

‘Voor de zoveelste keer, Tijs, blijf je naar de NSO gaan tot je naar de middelbare school gaat. Dus discussie gesloten.’ Zeker op maandagochtend!  Ik zie hem broeden op iets en ja hoor daar komt het:

‘Toch is het niet eerlijk. Omdat ik een jaar ben blijven zitten omdat jullie dat wilden zou ik een jaar langer, een héél  jaar , héél veel maandagen extra naar die stomme NSO moeten. Het is er hartstikke kinderachtig en ik verveel me daar altijd te pletter!’

En dan heeft mijn negenjarige kind mij daar waar hij mij hebben wil. Hij weet feilloos mijn schuldgevoel te bespelen. Hij voelt, zonder dat ik het zeg, dat ik me soms best rottig voel dat mijn kind na school in een omgeving zit waar hij zicht niet altijd prettig voelt. Hij mist het hangen en bijkomen thuis na een lange en vermoeiende schooldag. Ook al proberen ze op de NSO een huiselijke sfeer te creëren, Tijs voelt dat niet zo en dat zal nooit veranderen. Hij vindt dat hij te veel dingen moet en dat hij teveel mee moet doen met activiteiten en daar baalt hij van.

De grote tegenzin van de NSO blijkt al wanneer Tijs vijf jaar is. We zijn op vakantie in Turkije en hebben een te gek Resort uitgezocht met veel zwembaden en veel kinderactiviteiten. Leuk voor Tijs. En voor ons. Wij kijken er erg naar uit om ons kind niet tien dagen lang continu bezig te hoeven houden, want wij zijn ook toe aan een beetje rust.

De tweede dag in het super kindvriendelijke Resort , als we geacclimatiseerd zijn, gaan we gezellig de boel verkennen. We komen langs de kinderanimatie. Een leuke ruimte waar heel veel kinderen maskers aan het maken zijn voor de optocht ’s avonds. We blijven voor de deuropening staan en een Nederlands meisje roept meteen: ‘Gezellig, doe je met ons mee?’ Mijn man staat al binnen. Ik verdenk hem ervan dat ie zelf zo’n masker wil maken of heeft hij haast omdat zijn ligbedje en zijn boek liggen te wachten? Tijs twijfelt, zijn hand pakt mij steviger vast. En terwijl ik hem met zachte dwang over de drempel duw, trekt hij mij keihard terug.

Verontwaardigt zegt mijn vijfjarige zoon: ‘Je denkt toch niet dat ik naar de NSO ga? Ik heb ook vakantie hoor!’

Verbouwereerd kijk ik hem aan. Zo hadden we deze vakantie niet gepland. Ik probeer uit te leggen dat dit heel anders is en niets te maken heeft met de NSO, maar ik praat tegen dovemansoren. Tijs heeft iets in zijn hoofd en die gedachte zal ook niet verdwijnen. Mijn man en ik kijken elkaar aan en denken allebei hetzelfde: Dit is JOUW kind!

De hele vakantie loopt Tijs met een grote boog om het animatieteam heen. Wanneer het team langs de ligbedden loopt om kinderen te enthousiasmeren voor spelletjes, kruipt Tijs bijna onder zijn ligbedje. Gelukkig heeft hij wel vriendjes en brengt veel tijd op het voetbalveld door. Alleen de rustmomenten die mijn man en ik zo in gedachten hadden valt wat tegen.

‘Mama, je hebt nog geen antwoord gegeven’. Tijs schudt mijn arm.

‘Weet je Tijs, laat eerst maar een hele tijd zien dat je de sleutel van de voordeur elke dag meeneemt naar school en deze niet verliest. Ik zal je regelmatig een uurtje en dan steeds iets langer alleen thuis laten. Kijken we hoe je hier mee omgaat. Dan gaan we volgend jaar beslissen hoe lang je nog naar de NSO toe moet.’

‘Dus misschien in groep 7 hoef ik niet meer naar de NSO’, droomt Tijs. Mijn kind heeft duidelijk een overwinning behaalt. Hij straalt en is blij dat hij zelf kan gaan werken en oefenen aan iets wat hij heel graag wil: meer zelfstandigheid.

En ik? Ik ben trots op mijn zoon die ooit afhankelijk was van mijn man en mij en nu beetje bij beetje meer vrijheid en zelfstandigheid wil. En dit ook duidelijk aangeeft. Ik besef dat mijn beelddenkertje, die het zo moeilijk heeft gehad in groep drie en vier, een behoorlijke sprong gemaakt heeft. Hij is zekerder geworden van zichzelf. Dat maakt mij blij en dankbaar. En dat op de maandagochtend!

About Author

In 2012 kwam Aimee Pijl er per toeval achter dat haar kind wel eens een beelddenker kon zijn. Een nieuwe wereld ging voor haar open open en veel puzzelstukjes vielen op hun plek. Door over haar ervaringen van beelddenken te schrijven op haar website www.kind-in-beeld.com

1 reactie

  1. Ricky Persoons-Somers on

    Mijn Tijs (groep 7, bijna 11 en ADHD) gaat sinds dit jaar niet meer naar de BSO. Er is wel een vakantiecontract, dus in de schoolvakanties gaat hij nog wel 2 dagen. Ik moet er wel bij zeggen dat wij vlak bij school wonen en hij dus alleen naar huis kan, ik maar tot half 4 werk en mijn man wisselende diensten draait waardoor hij nooit langer dan 1,5 a 2 uur alleen is. En ook al vond hij de BSO nog niet verschrikkelijk om naartoe te gaan, hij vindt dit echt heerlijk. Hij kan met vriendjes afspreken na school, of gewoon een uurtje bankhangen zonder zijn kleine kleuterbroertje of grote puberzus om zich heen. En hij belt netjes naar mij om door te geven waar hij heen gaat. Ik heb nog geen spijt…

Geef een reactie