Mijn missie: beelddenkers helpen!

0

Zittend op het terras, in een resort op Kreta, met man en schoonouders geniet ik van de warme wind die met de haartjes op mijn armen spelen. Af en toe neem ik een slokje witte wijn en laat alle geluiden langs me heen glijden. Na drie dagen Kreta ben ik redelijk tot rust gekomen en ik merk dat ik weer meer ruimte in mijn hoofd heb voor het hier en nu. Ook Tijs geniet zichtbaar. Na een drukke periode met veel oefeningen om zijn linker hersenhelft te trainen en hard werken om de leermethode ‘Ik leer anders’ onder de knie te krijgen, heeft hij deze vakantie zo verdiend.

Hij heeft al snel een vriendje. Tijmen. Ik kijk hoe ze samen in het water duiken en zelfbedachte spelletjes spelen. Ze hebben duidelijk een klik en begrijpen elkaar zonder veel woorden. Af en toe komt Tijs met rode konen naar ons toe hollen met hele verhalen die ik maar voor de helft begrijp, zo onsamenhangend. Maar zij begrijpen elkaar.

Dan zijn ze uitgespeeld en komt Tijs bij ons zitten.
‘Weet je, mam. Tijmen is ook beelddenker’, zegt hij tussen twee slokken Fanta door.
‘O, hoe weet je dat? Zei hij dat tegen jou?’
Tijs schudt zijn hoofd. ‘Tijmen zegt dat ie ADHD heeft en krijgt medicijnen omdat ie zo druk is. Ja.. in zijn hoofd. Maar hij vindt dezelfde dingen moeilijk als ik. Ik weet gewoon dat hij beelddenker is’, zegt mijn kind gedecideerd. ‘Kun jij niet eens met hem praten? Dan kun je hem ook helpen.’

Mijn lieve tienjarige zoon die (nog) in een wereld leeft waar voor alles heel simpel een oplossing is. En ik, zijn moeder, vertrouwt hij blindelings om dit ‘probleem’ op te lossen. Ik geef Tijs een dikke kus op zijn door de zon verbrande wang en beloof hem met Tijmen te praten als het zo uitkomt.

Tijs rent weer weg mij achterlatend met een verward gevoel. En dan wordt het mij ineens allemaal zó duidelijk. Alle losse puzzelstukjes die ik in de afgelopen jaren verzameld heb passen in een keer in elkaar en ik zie het totaalplaatje heel duidelijk voor me.

‘Ik weet wat ik moet doen’, roep ik enthousiast en iets te luid naar mijn man en schoonouders. Verbaasd kijken ze mij aan.

‘Weten jullie nog dat ik zo boos was op de politiek en op school over passend onderwijs en de bezuinigingen? Dat ik me zó in de steek gelaten voelde? Op dat moment heeft zich een zaadje in mijn hoofd genesteld.

En daarna de beelddenkjuf die een half jaar later de opmerking maakte dat ik zóveel van beelddenken afwist en mij aanraadde om de opleiding te volgen tot gecertificeerd coach van de ‘Ik leer anders’ methode. Het zaadje is toen langzaam gaan groeien.

En net heeft Tijs met zijn onvoorwaardelijke vertrouwen in mij het bloemetje geoogst. Ik ga naast het schrijven van blogs over beelddenken óók visueel ingestelde kinderen coachen, ouders begeleiden en leerkrachten informeren over beelddenken. Ik ga bruggen bouwen tussen onderwijs en beelddenkers! Dát is mijn missie.’

Ik neem een grote slok wijn en kijk verwachtingsvol naar de vertrouwde gezichten.  Mijn man pakt mijn hand en zegt: ‘Ga er voor! Je hebt niets te verliezen, alleen maar te winnen.’

‘Het ontbreekt je in ieder geval niet aan doorzettingsvermogen’, zegt schoonma. ‘Hoeveel energie en tijd jij de laatste periode hebt gestopt om Tijs te begeleiden vind ik heel knap.’

Schoonvader knikt en zegt: ‘Gewoon doen.’

Ik ben helemaal hyper en bestel nog een drankje voor ons allemaal om te proosten op de toekomst. Terwijl we filosoferen over mijn missie, duiken er constant beren op mijn nieuwe af te leggen weg. Ik wil minder gaan werken bij TNO. Maar kan dat wel? Mijn collega’s zullen dan nog harder moeten werken. Hoe gaan ze daar op reageren? Ik moet naar de KvK om mijn bedrijfje op te richten. Want als ik het doe, dan doe ik het goed en officieel. Ik moet een administratie gaan bijhouden. Help! Ik moet mezelf en mijn missie gaan verkopen en promoten. Doodeng! Maar als eerste moet ik de opleiding volgen tot gecertificeerd coach van de ‘Ik leer anders’ methode. De onzekerheid slaat toe. Ik wil al bijna zeggen dat dit allemaal maar een geintje was, maar dan voel ik een natte hand op mijn schouder.

Serieus kijkt Tijs me aan: ‘Dit is Tijmen, mam. En Tijmen, mam wil jouw wat dingen vragen!’
Ik kijk in de ogen van het vriendje. Ogen die veel zien en nieuwsgierig de wereld inkijken. Voor ik het besef ben ik met mijn eerste intake gesprekje bezig met een jongen die wel eens beelddenker zou kunnen zijn. (wordt vervolgd)

 

About Author

Geef een reactie