Ik Leer Anders methode

0

Op de dinsdagochtenden zal beelddenkjuf met Tijs aan de slag gaan volgens de ‘Ik Leer Anders’ methode. Ze vraagt aan mij of ik er ook bij wil zitten zodat ik Tijs thuis kan begeleiden met de tafels, klokkijken en spelling. Graag! En zo zitten we dan in een klein kamertje van school.

Tijs zal eerst zijn hoofd visueel moeten inrichten in kamers: een rekenkamer, een taalkamer, een ideeënkamer en een chillkamer. Elke kamer krijgt zijn eigen kleur en vaste plek in zijn hoofd. Zo kan hij naar elke kamer toegaan die hij nodig heeft en al zijn andere gedachten uit die kamer houden. Ik merk aan Tijs dat hij deze opdracht moeilijk vindt en de noodzaak er ook niet zo van inziet. Alles wat nieuw en anders is vindt hij niet leuk; daar moet hij aan wennen. En dat merk ik aan zijn hele houding.

Het analoge klokkijken krijgt voorrang. Want Tijs bakt nog steeds niets van het klokkijken. Hij roept maar een tijd om er van af te zijn. Ik ben benieuwd!

Juf vraagt of Tijs naar zijn rekenkamer wil gaan. Welke kleur had deze ook al weer?

De klok wordt in vieren gedeeld. Een streep door het hele en halve uur en een streep door de kwartieren. Boven de 12 komt ‘uur’ te staan, onder de 6 ‘half’, naast de 3 ‘kwart over’ en naast de 9 ‘kwart voor’. Ook worden alle kwart vlakken van de klok ingekleurd.

‘De grote wijzer vertelt altijd het verhaal’, begint juf.  ‘Let daarom altijd eerst op de grote wijzer. De kleine wijzer vertelt alleen aan het eind welk uur het is.’

Juf zet de wijzers van de klok op vijf over twee. ‘Waar staat de grote wijzer?’
‘Op de twee’, zegt Tijs automatisch. Tijs moet omschakelen naar een andere volgorde.
‘Eerst is de grote wijzer aan de beurt. Tel de minuten maar.’
‘Vijf’, zegt Tijs aarzelend.
‘Helemaal goed’, zegt juf. ‘En is het dan vijf minuten OVER of vijf minuten VOOR. Kijk maar naar de klok.’
‘Over’, zegt hij.
‘Waar staat de kleine wijzer?’
‘Op de twee’, zegt Tijs.
‘Hoe laat is het dan? De grote wijzer vertelt het verhaal.’
‘Vijf over twee!’ roept Tijs enthousiast uit.
Hij krijgt er schik in en ik zie en merk aan hem dat dit wel bij hem aankomt. Juf oefent nog een aantal tijden en ik merk dat Tijs het écht door krijgt.

Juf maakt ook een beginnetje met het visueel opslaan van woorden. De bedoeling is dat elk woord dat verkeerd gespeld wordt, op een apart blaadje geschreven wordt. Bijvoorbeeld het woord ‘geit’. Dit woord moet dan visueel op de muur van de taalkamer gezet worden. Het woord wordt gespeld, daarna wordt het briefje omgedraaid en zal de beelddenker het woord, indien goed opgeslagen, achterstevoren kunnen spellen. Dus: t-i-e-g

Ik ben benieuwd en heb, om eerlijk te zijn, niet veel vertrouwen in deze methode. Juf vraagt aan Tijs om naar zijn taalkamer te gaan.  Al vrij snel schrijft Tijs een woord verkeerd: ‘fals’. Het woord moet hij doorstrepen (visueel opruimen) en op een leeg blaadje schrijft hij het woord ‘vals’ over.

‘Zit je nog in je taalkamer?’ vraagt juf. Tijs knikt.
‘Spel het woord nu eens en zie het woord voor je op de muur.’
‘V-A-L-S’, spelt Tijs geconcentreerd. Het briefje wordt omgedraaid.
‘En nu achterste voren’. Zonder aarzelen spelt Tijs: ’S-L-A-V’.

Ik sta perplex. Dit werkt dus echt voor beelddenkers. Tijs is er nuchterder onder en vindt het allemaal maar saai. Ook baalt hij een beetje dat hij ‘anders’ is dan de anderen. Al benadrukken wij steeds dat hij bijzonder is. Ik heb hele goede hoop dat we op de juiste koers zitten en ben op dit moment heel blij dat ik mijn hart heb durven volgen!

 

About Author

Aimee

In 2012 kwam Aimee Pijl er per toeval achter dat haar kind wel eens een beelddenker kon zijn. Een nieuwe wereld ging voor haar open open en veel puzzelstukjes vielen op hun plek. Door over haar ervaringen van beelddenken te schrijven op haar website www.kind-in-beeld.com

Geef een reactie