Lange termijngeheugen

0

Tijs komt chagrijnig thuis. Eerst wil hij niet zeggen wat daar de reden van is. Ik laat hem en weet dat hij er wel mee komt. En ja hoor, na een half uurtje komt het: ‘Iedereen zat me vandaag uit te lachen op school!’
‘Oh, hoezo dat dan?’ vraag ik.
‘De juf ging een spelletje doen. Ze ging een plek omschrijven en wij moesten raden waar ze was.’
Leuk zulke spelletjes, denk ik, deed de juf vroeger bij mij op school echt niet.

‘De juf begon over varkens en koeien. Ik stak meteen mijn vinger op en mocht het zeggen. Ik zei dat ze in een slachthuis was. Nou, dat was mooi niet goed want ze stond gewoon op een boerderijcamping. En toen moest iedereen lachen.’

Tijs houdt het droog, maar ik zie dat hij worstelt met het antwoord, dat in zijn ogen goed was, maar door niemand begrepen werd. Eigenlijk moet ik ook wel een beetje lachen. Een slachthuis of een boerderijcamping. Twee uitersten.
‘Joh, ze lachten je niet uit, maar moesten gewoon lachen om jouw bijzondere antwoord,’ zeg ik tegen hem.
‘Vroeg de juf nog waarom je dacht dat het een slachthuis was?’
Tijs knikt. ‘Ik heb het lekker niet verteld omdat iedereen zo moest lachen.’
‘Dan kun je het mij toch vertellen? Ik lach niet, al vind ik het antwoord heel leuk en goed bedacht.’
Ons buurmeisje had jaren geleden vol afgrijzen verteld dat ze een documentaire had gezien op tv over slachterijen. Hoe de varkens en koeien als slachtvee weggebracht werden en uiteindelijk aan haken in mooie rijen hingen te wachten tot ze gegeten zouden worden. Onze buurjongen heeft een tijd geen vlees willen eten.

En mijn kind moest hier direct aan denken toen juf begon over varkens en koeien. Ik sta perplex. Ik weet nog dat ons buurmeisje het verhaal vertelde zo’n drie jaar geleden. Tijs zat achter de laptop en was verdiept in een spelletje, dacht ik. Hij had dus alles gehoord en de beelden bij het verhaal opgeslagen in zijn hoofd. Vandaag had hij het laatje waar het in zat geopend en eruit gehaald op het moment dat het nodig was.

Ik zeg tegen Tijs dat ik het knap en bijzonder vind dat hij dit verhaal nog weet. Hij haalt zijn schouders op. Voor hem is het normaal!

Tijs weet bijvoorbeeld nog precies waar iedereen zat en welke kleding iedereen aan had met kerst twee jaar geleden.
Anekdotes kan hij zo terughalen. Vakanties, plekken die we bezocht hebben: moeiteloos omschrijft hij tot in detail hoe het huisje er uit zag, de omgeving en wat we daar meegemaakt hebben. Situaties die ik allang vergeten was.

Gezichten kan Tijs ook feilloos plaatsen. Erg handig omdat ik beter ben in het onthouden van namen. Zo liepen we eens op het voetbalveld bij een uit wedstrijd. Een vrouw sprak mij aan. Ze kwam me vaag bekend voor, maar ik kon haar niet plaatsen. Heel amicaal, of we elkaar al jaren kenden, begon ze te kletsen. Ik excuseerde me even. Nam Tijs apart en vroeg of hij wist wie ze was.
‘Tuurlijk, mama. Dat is toch de buurvrouw van oma’, zei hij meteen.
Ach, natuurlijk, de buurvrouw van mijn schoonmoeder die ik hooguit twee keer per jaar zie!

Het verbaast me dat mijn kind zo’n geweldig goede lange termijngeheugen heeft, want vraag hem wat hij twee uur geleden gegeten heeft en hij haalt zijn schouders op dat ie dat niet weet.

Soms zou ik wel eens in zijn hoofd willen rondlopen. Alle laatjes willen openen en snuffelen in alle beelden die hij heeft opgeslagen. Ik hoop op veel mooie en bijzondere beelden, maar ik weet dat er ook verdrietige en minder mooie verhalen tussen zitten.

Ik troost me echter met de gedachte dat als Tijs wil dat ik in een laatje mag kijken, hij deze zelf opent en mij mee zal nemen in een chaotische, maar bijzondere storm van beelden!

About Author

In 2012 kwam Aimee Pijl er per toeval achter dat haar kind wel eens een beelddenker kon zijn. Een nieuwe wereld ging voor haar open open en veel puzzelstukjes vielen op hun plek. Door over haar ervaringen van beelddenken te schrijven op haar website www.kind-in-beeld.com

Geef een reactie