Ik heb het allemaal doorstaan.

2

De blikken van verstandhouding, waarvan geacht werd dat ik ze niet zou zien. Of erger nog, juist wel. De rollende ogen op een verondersteld onbespied ogenblik. De lachjes in je gezicht en de gezichten achter je rug.  De zogenaamd grappige, ‘tussen neus en lippen door’-opmerkingen; nota bene in het bijzijn van je kind.

Ik kan het de onwetenden niet eens kwalijk nemen. Ook ik heb, o ontaarde moeder, wel eens tegen mijn eigen kind geroepen dat hij ‘normaal’ moet doen. Dat hij niet zo druk moet doen. Zich niet zo moet uitsloven. Zich moet gedragen. Allemaal nietszeggende, negatieve uitspraken waar mijn kind niets mee kon. Weet ik nu.

Inmiddels weet ik en de meesten om mij heen wat Luc maakt zoals hij is. En daar is niets mis mee. Wel hebben we wat hulp nodig om hem beter te leren begrijpen. Natuurlijk hebben de meesten het beste met je voor en willen je helpen. Maar van al dat ongevraagde advies word ik soms wel een beetje kriegel. Alle ideeën en opties – mijn hemel – die heb ik al 1000 keer uitgeprobeerd voordat ze mij goedbedoeld ter ore kwamen. Beloningsstrategieën, straffen, niet straffen, het is allemaal voorbij gekomen en uitgeprobeerd.

Kritiek ontvangen is niet erg, mits deze opbouwend is en ergens op is gestaafd. En dat is wat er zo vaak ontbreekt. Wie kan mij beter vertellen wat werkt bij mijn kind als ikzelf? Ten slotte ben ik 24/7 om hem heen. Uiteraard heb ook ik mijn blinde vlek. Maar als ik merk dat ik advies nodig heb en wil, vraag ik dat wel. Wat ik nodig heb, is een luisterend oor en een arm of me heen. Geen oordelen.

Gelukkig is het merendeel van de mensen om mij heen begrijpend en geruststellend. Steunen me waar kan. Door gewoon ergens te gaan wandelen in het bos bijvoorbeeld, of letterlijk uit te gaan waaien op het strand. Of samen met me te gaan dansen en het er juist niet over te hebben. Een lief of mooi berichtje via je mobiel of sociale media werkt ook als balsem voor de ziel.

Niets is zo erg als telkens je kind of jezelf te moeten verdedigen. Toen Luc nog klein was en er weer eens een niet toepasselijke opmerking over hem of zelfs tegen hem werd gezegd, kon hij mij nog weleens hulpeloos aankijken. Ik probeerde hem te gerust stellen met mijn blik. Dat kwam natuurlijk niet altijd aan. Van binnen kookte ik van woede. Hij was nog zo klein.

Nu, een aantal jaren later, zegt hij gelukkig zelf waar het op staat. Dat mag van mij, zij het op gepaste wijze. Of hij zegt niets en zie ik aan zijn blik dat hij diegene gewoon laat kletsen. Hij en ik: nu zijn wij degenen die elkaar een blik van verstandhouding toewerpen. Met onze ogen rollen. En soms gekke bekken trekken als we denken uit het gezichtsveld te zijn. Dat gaat natuurlijk niet altijd goed, maar ach… what comes around, goes around.

Wendy haar zoon heeft een  separatie angststoornis. Volg Wendy op De Leukste Kinderen en lees over haar ervaringen.

About Author

Wendy Pragt

Wendy hoopt met haar columns bij te drage aan aan een wereld, waarin alle kinderen – zonder uitzondering, maar met alle begrip en vrijheid – kunnen groeien en bloeien. Lees meer op www.wendypragt.nl

'); } //-->

2 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.