Wat kunt je verwachten van een kleuter?

0

Een kind leert spelenderwijs woorden zeggen en taal gebruiken, doordat er met hem wordt gesproken. Door middel van taal kan een kind communiceren, ze gaan begrijpen wat er wordt gezegd en leren zichzelf te uiten. Een kind dat kan praten kan zeggen wat hij wil en voelt, maar ook wat hij heeft beleeft.

Onder ontwikkeling van de spraak wordt het leren maken van klanken verstaan. Met de ontwikkeling van taal wordt het gebruiken van woorden en zinnen bedoeld.
De spraak en taal ontwikkeling van een kind gaat niet vanzelf maar moet worden geleerd. Dit gebeurt vooral in de eerste vier, vijf levensjaren van een kind. Wat kunnen kinderen op verschillende leeftijden. Hoeveel woorden zeggen kinderen gemiddeld als ze vier jaar zijn en wanneer kan een kind vertellen wat hem bezig houdt.

Een vierjarig kind

  • Kan de kleuren, rood, blauw, geel en groen aanwijzen
  • Kan een cirkel, driehoek en vierkant onderscheiden
  • Kan een activiteit ongeveer 12 minuten volhouden
  • Heeft een woordenschat van ongeveer 1500 woorden
  • Maakt zinnen van 4 a 5 woorden
  • Kan de verleden tijd correct gebruiken
  • Vraag wie? en waarom?
  • Kan alle klinkers goed uitspreken
  • Kan soms nog wat moeite hebben met t/s/w/l en r en het uitspreken van sommige klankcombinaties, zoals brood=blood
  • Is verstaanbaar voor vreemde

Een vijfjarig kind

  • Kan kleuren en figuren benoemen kan een activiteit ongeveer 15 minuten volhouden
  • Kan woorden als: want, omdat als gebruiken om zinnen samen te stellen
  • Spreekt woorden met meerdere lettergrepen goed uit bijv locomotief
  • Kan alle klanken en klankcombinaties correct uitspreken
  • Heeft soms nog moeite met de r/sch en ng
  • Is goed verstaanbaar voor vreemden.

Bij het ene kind ontwikkelt de spraak en taal zich sneller dan bij een ander kind.Leren praten lijkt op leren lopen, het gaat met vallen en opstaan. Het is heel normaal dat een kind nog fouten maakt

Bijvoorbeeld in de spraak: “Ik heb vesikkelukke dost” of wat betreft taal “ik heb vandaag onder water gezwemd”

Tips om taal en spraakontwikkeling te stimuleren

  • Zorg voor spreeksituaties
    Verwoord waarmee een kind bezig is, praat over wat je zelf aan het doen bent. Bespreek met een kind wat je samen ziet en beleeft.
  • Pas je manier van spreken aan
    Maak eenvoudige en duidelijke zinnen in een rustig spreektempo. Spreek niet in kindertaal maar pas de lengte van een zin en woordkeuze aan. Volg het niveau van een kind
  • Geeft het goede voorbeeld
    Verbeter een kind niet maar geef het goede voorbeeld. Wanneer een kind zegt: “ik heb vandaag onder water gezwemd”. “Wat knap, hoe ver heb je onder water gezwommen?” Vraag een kind niet om het na te zeggen.
  • Iets langere zinnen
    Maak je zinnen iets langer dan die van een kind. Dit stimuleert een kind tot het uitbreiden van zijn eigen zinnen. Een kind zegt: “Hij valt!” Jij zegt: “Ja, hij valt op de grond”.

About Author

Geef een reactie