Mijn missie deel 2 | het verschil maken voor beelddenkers

2

‘Vind je het leuk hier?’, vraag ik aan Tijmen. We praten wat over koetjes en kalfjes. Het is een open en gezellige jongen. Dan vraag ik hem of het eten in het resort lekker is. Hij knikt.

‘Weet je nog wat je gisteravond allemaal voor lekkers op je bord had liggen?’
Tijmen kijkt van me weg naar een plek boven mijn hoofd en beschrijft tot in detail wat hij op zijn bord had liggen en waar het op zijn bord lag.

‘Wat had je gisteren voor kleding aan?’  Met veel bombarie en handgebaren omschrijft hij zijn nieuwe korte broek met streepjes en veel kleuren. Hij ziet de broek ‘ergens’ tussen onze hoofden op een plek waar alleen hij het helemaal voor zich ziet.

Dan vraag ik hoe het op school gaat en of hij het naar zijn zin heeft op school. En het lijkt of ik mijn eigen kind hoor praten. De juf begrijpt hem niet en wordt soms boos. Dan vraagt hij iets wat dan, volgens de juf, niet over het onderwerp gaat. Maar hij vindt van wel en wil dat dan weten. Hij kan zich moeilijk concentreren want zijn hoofd zit altijd zo vol en dan denkt hij alleen aan alle dingen die in zijn hoofd zitten. De juf wordt dan boos, omdat hij niet oplet. Maar dat probeert hij wel. Vaak weet hij niet welke oefeningen hij moet maken en kijkt dan bij een ander kindje. Wordt de juf weer boos omdat ze denkt dat ie aan het spieken is. Tijmen zucht diep en ik zie een jongen die zo graag wil maar niet begrepen en aangevoeld wordt. Ik word er treurig van en herinneringen van Tijs toen hij in groep drie en groep vier zat komen bij mij in alle hevigheid naar boven.

Beelddenken

‘Heb jij wel eens van beelddenken gehoord?’, vraag ik Tijmen. Hij knikt. Een coach, die hem een tijdje geholpen heeft, had het ook over beelddenken.

‘Mama is dit toen op school gaan vertellen. Maar school zegt dat ik ADHD heb en geen beelddenker ben. Ik heb pillen om rustig te blijven.’

Ik leg een hand op de arm van Tijmen.
‘Weet je Tijmen, volgens mij ben jij een beelddenker. Je bent bijzonder man!’ Een grote glimlach breekt door op zijn gezicht.
‘Ben jij beelddenker?’ vraagt Tijmen. Ik knik.
‘En Tijs ook?’ Ik knik weer.
‘Cool.’ Ze geven elkaar een high five en rennen naar het zwembad. Genoeg gepraat!

En nu? Denk ik. Moet ik zomaar naar de ouders van Tijmen toe stappen? Moet ik me er überhaupt mee bemoeien? Hoe zullen ze reageren? De ouders zitten aan de andere kant van het terras. De moeder kijkt mijn kant op. Zal ze aanvoelen dat ik niet zomaar met haar kind zat te babbelen?

Op mijn gevoel af!

‘Ik ga met ze praten’, zeg ik tegen man en schoonouders. ‘zie wel of ze er open voor staan en hoe het gesprek verloopt. Ik ga gewoon af op mijn gevoel.’
‘Stoor ik? Vraag ik wanneer ik aan hun tafeltje sta.
‘Ik vroeg me al waarover je aan het praten was met Tijmen’, zegt de moeder.
Zo voorzichtig mogelijk leg ik de ouders uit waarom ik denk dat Tijmen wel eens een beelddenker zou kunnen zijn. De wat gereserveerde houding van moeder verdwijnt wanneer ik voorbeelden en kenmerken over beelddenken aankaart. Ze herkent haar kind in heel veel voorbeelden.

Verder leg ik uit dat er coaches zijn die met de ‘Ik leer anders’ methode Tijmen kunnen helpen om zijn volle hoofd te ordenen en om hem te leren op een andere manier de lesstof tot zich te nemen.

Moeder begint te vertellen. Via een kindercoach had zij al gehoord dat haar zoon misschien een beelddenker was. Op school heeft ze hier een gesprek over gehad. Maar school veegde alles wat zij inbracht van tafel. Ze heeft het daarbij gelaten. Wat moest ze dan? Zonder medewerking van school en ook haar twijfels, want hoe ‘test’ je nou iemand op beelddenken, stond ze er alleen voor.

Ik stel haar gerust en vertel dat ik heel veel geluk heb gehad met de school waar Tijs op zit. Dat ik óók niet weet wat ik gedaan had, als school niet open had gestaan voor het anders lerende kind. Dat ik ook zo vaak twijfels heb gehad of ik wel op de goede weg zat.

Op dat moment voel ik een verbondenheid tussen twee moeders, die elkaar een half uur eerder nog niet kenden.

‘Jeetje’, zegt ze tegen me, ‘je maakt wel heel veel los bij me hoor! Moet dit allemaal laten bezinken.’
Ik knik en voel me een beetje schuldig. Wie ben ik om ongevraagd hun leventje binnen te stappen.
Dan zie ik Tijmen voor me. Een mooi, bijzonder kind waar zoveel talent in schuilt, wat er alleen nog uit moet komen. En dat is de belangrijkste reden waarom ik ongevraagd een half uur hun leventje ben binnen gestapt.

About Author

2 reacties

Geef een reactie