Een dyslectische dochter

1

“Mamma. Juf Elly zegt dat ik dyslexie heb.” zegt ze met een klein stemmetje. Even valt mijn hart in duizend stukjes uit elkaar. NEE, gilt het in mijn hoofd. Snel raap ik ze weer op en kijk haar glimlachend aan. Ze kruipt tegen me aan. “Wil je het tegen niemand zeggen, mamma?” Dat beloof ik haar. Eerst maar even het verslag afwachtend en haar de tijd geven aan het idee te wennen.

Terug in de tijd

’s Avonds op de bank neem ik de tijd om mijn in duidend stukjes gevallen hart nader te onderzoeken. Ik neem een stap terug in de tijd. Als meisje van 11 stap ik een ruimte binnen met een vriendelijke meneer achter een bureau. Daarna wandel ik naar een kamer met een vriendelijke mevrouw. Ik doe verschrikkelijk goed mijn best om te laten zien wat ik allemaal al kan. Toch besluipt me steeds het gevoel dat dit niet zo veel is. Ik weet heus wel dat het leren me minder makkelijk af gaat dan bij andere kinderen. Mijn ouders weten dat ook. Ze besloten me te laten onderzoeken op, een voor toen de tijd onbekend begrip, dyslexie. Als mijn moeder me komt ophalen ben ik moe en voel ik me erg onzeker. Wat als ik nu geen dyslexie heb, maar gewoon dom ben? In de dagen die volgen slaap ik regelmatig onrust tot het verlossende woord komt.

Dat dit woord me weinig verlossing zou geven kon ik toen nog niet weten. Op school wilde ze er niet aan. Dyslexie was een dwaalspoor. Ik moest gewoon wat meer oefenen. Mijn ouders besloten me elke week tweemaal naar juf Ellen te sturen. – valt je de vergelijkbare naam op -. Elke maandag en vrijdag fietsen we een half uur heen en terug om tussen door begeleiding te krijgen. Geen regenbui als excuus en geen speeldata als alternatief. Als jonge remedial teacher leerde Ellen me van alles over de Nederlandse taal. Langzaam begon ik grip te krijgen op al die regels en uitzonderingen. Leerde ik zelf mijn werk na te kijken en te verbeteren en ontdekte ik dat mijn hersenen informatie anders verwerkte. Ik was niet dom, maar ook nog lang niet af van al die uren zwoegen.

Doorzetten

Langzaam plakken de stukjes van mijn hart weer aan elkaar. Wat kan ik trots zijn op het doorzettingsvermogen dat ik er aan over heb gehouden. Wat ben ik blij met de stimulans die mijn linkerhersenhelft heeft gehad. Wat prijs ik me gelukkig met mijn moeder die nooit is gestopt met zoeken. Wat ben ik blij met mijn vader die geduldig met me heen en weer fietste.

Ook mijn dochter zal leren doorzetten. Net even dat stapje extra zetten, terwijl je er eigenlijk helemaal klaar mee bent. Wat zal ze over een tijdje, als ze aan het idee gewend is, leerbaar zijn. Ze is immers niet dom. Wat zal haar linkerhersenhelft een mooie boost krijgen en wat zal ze zich gelukkig gaan prijzen met haar ouders. Haar moeder die nooit stopt met lezen van vakliteratuur en haar vader die haar naar dyslexiebegeleiding zal brengen als dit nodig is. Haar moeder die zelf als geen ander weet, voelt en doorleeft wat zij mee maakt. Al doet ze het op haar eigen manier. Haar vader die kijkt naar haar kwaliteiten op sportgebied.

Toekomstgericht

Het gaat wel goed komen met die dochter van mij. En mijn hart, mijn hart vult zich met trots. Trots op de weg die ze mag gaan bewandelen. Trots op de weg die ik zelf mag gaan bewandelen. Nu niet meer als het meisje van 11, maar als de vrouw van 38 met al haar levenservaring en vakkennis. Mijn hersenen beginnen te ontwaken. Ik kan natuurlijk samen met haar gaan …

Weten hoe het verder met ons gaat? Ik zal het snel met je in een volgende blog delen. Mijn dochter vind dit helemaal oké. Wij zijn immers al wat verder dan dit eerste moment.

Liefs,
Tineke

About Author

1 reactie

Geef een reactie