Beelddenken en een ezelsbruggetje

0

Onder het eten nemen we de dag door. ‘En, hoe was jouw dag?’ vraagt mijn man aan mij.

‘Pfff. Ik ben zo druk geweest. Heb het huis schoongemaakt, de trap leeggehaald waardoor ik tien keer naar boven moest, heb boodschappen gedaan en ben naar het dorp geweest. Volgens mij heb ik kilometers gelopen vandaag.’

De vork van Tijs blijft steken boven een aardappel.
‘Ken je die oude oma die in een grote zwarte auto stapt?’ vraagt hij.
Mijn man en ik kijken elkaar verbaasd aan.
‘Nee’, zeggen we allebei verbaasd.
‘Woont ze hier in de wijk? Ken je haar van televisie? Komt ze voor in de vlog van Enzo Knol?’
En op elke vraag schudt Tijs zijn hoofd.
‘Nee! Van school!’

Ik zie een oude vrouw met grijs gepermanent haar in een bloemetjesjurk uit een zwarte limousine stappen.
‘Huh? Van school? Wanneer komt ze dan op school? Geeft ze les dan?’

Tijs raakt geïrriteerd omdat we hem niet meteen begrijpen. Hij heeft al geen zin meer om het verhaal uit te leggen. Hij voelt zich dan onbegrepen terwijl het voor hem zo duidelijk is wat hij vertelt. Wij kunnen alleen niet in zijn hoofd kijken en zien dus ook niet alle beelden die er doorheen razen.  Maar zo makkelijk komt hij er niet vanaf bij ons. In de regel zegt ons kind niet zomaar iets. We willen hem leren dat, als zijn verhaal niet meteen duidelijk is, hij het op een andere manier probeert duidelijk te maken.

‘Hoe ziet die oude mevrouw er dan uit?’ vraag ik.
‘Grijs haar en een hoedje op. Ze heeft een bloemetjesjurk aan en een vestje met gouden knopen. O ja, en ze heeft blauwe ogen, een brilletje en een wrat op haar neus.’

‘Wat doet ze dan op school?’

In die auto stappen natuurlijk. En, o ja, een meneer rijdt in die auto.’ Aan de toon hoor ik dat Tijs het nu echt zat is dat we hem niet begrijpen.

‘Heeft de meester weer een leuk boek voorgelezen dan?’ vraag ik, want de omschrijving van de oude vrouw doet me erg veel denken aan juffrouw Pots van Tosca Menten.

En dan herinnert Tijs het zich weer. Het is een ezelsbruggetje voor kilometers en zo. Nu zijn mijn man en ik helemaal de weg kwijt.
‘Als je aan dat oude vrouwtje denkt dat in die auto stapt, dan kun je beter onthouden hoe de volgorde is van kilometers en centimeters.’

Mijn man pakt direct zijn tablet en googelt op ‘oude vrouw’ en ‘auto’. Uiteraard krijgen we geen hit. Wel krijgen we na lang zoeken de zin: Kan Het Dametje Met De Centimeter Meten?

Het ezelsbruggetje

‘Maar zo’n soort zin is het wel’, roept Tijs enthousiast, blij dat we iets dichter bij de kern van het verhaal beland zijn.

‘Zoek eens op ‘dametje’ en ‘auto’? Weer niets. ‘En op ‘dametje’ en ‘chauffeur?’ roep ik in een opwelling.

En dan komt de volgende zin tevoorschijn: Kan Het Dametje Met De Chauffeur Mee?
‘Ja’, roept Tijs blij. ‘Die zin bedoel ik.’

Mijn man en ik kijken elkaar aan en barsten in lachen uit. Wat een bak. Net zoals ik binnen een paar seconden allemaal beelden voor me zag van een omaatje met grijs haar die in een chique zwarte auto stapt, zo zag Tijs ook zo’n soort beeld voor zich: Een ezelsbruggetje dat een eigen leven is gaan leiden en niets meer te maken heeft met de volgorde van Kilometers, Hectometers, Decameters etc.

Wanneer we uitleggen dat elke eerste letter de volgorde is van de lengtemaat, begint het te dagen bij ons beelddenkertje.

‘Ik snapte al niet waar het op sloeg. Maar nu wel.’ Zegt ie opgelucht.
Ik geef mijn zoon een dikke klapzoen. Wat houd ik toch van dat kind met zijn razendsnelle gedachten.
‘Maar, hoe kwam je nou eigenlijk op dat vrouwtje in die auto?’ vraag ik toch wel nieuwsgierig.
En dan weet Tijs het weer.
‘Komt door jou, mama.’ Tuurlijk, het ligt altijd aan mij.
‘Jij begon over al die kilometers die je vandaag gelopen hebt.’

 

About Author

In 2012 kwam Aimee Pijl er per toeval achter dat haar kind wel eens een beelddenker kon zijn. Een nieuwe wereld ging voor haar open open en veel puzzelstukjes vielen op hun plek. Door over haar ervaringen van beelddenken te schrijven op haar website www.kind-in-beeld.com

Geef een reactie