Ik ben twee en ik zeg nee: peuterpuberteit

1

Rond hun tweede levensjaar maakt een kind een grote verandering door. Als ouder gaat dit niet on opgemerkt voorbij. Een peuter merkt dat hij zelf k iemand is met een eigen wil. Een kind krijgt vaker last van een driftbui, gaat schreeuwen en huilend op de grond liggen spartelen. Alles om zijn zin maar te krijgen!

Weest niet bang, dit hoort allemaal bij de peuterpubertijd. Wees je ervan bewust dat de emoties welke je kind ervaart voor hem echt zijn. Probeer hem te helpen deze op een andere manier te uiten. Een peuter wil je in deze fase graag helpen met jou dagelijkse bezigheden en het liefst alles zelf doen.
Dit kan een bron van frustratie zijn. Peuters willen namelijk vaak meer dan ze eigenlijk kunnen.

Frustratie voorkomen in de peuterpuberteit

Het is niet altijd mogelijk om frustratie en strijd te voorkomen in deze levensfase. Maar door goed te kijken waar een kind gefrustreerd door is, kun je hem helpen en hou je het gezelliger in huis.  Zo kun je bijvoorbeeld een kind kleine keuzes laten maken, zodat hij merkt dat hij serieus wordt genomen. Als je hem  regelmatig de gelegenheid biedt zelf kleine keuzes te maken, is de kans groot dat hij bij andere dingen minder de behoefte heeft zelf te bepalen hoe de dingen gaan. Laat een kind bijvoorbeeld zelf zijn kleren uit zoeken en kiezen wat hij op zijn brood wil.   

Omgaan met driftbuien in de peuterpuberteit

Het zal helaas niet lukken om alle strijd en frustratie te voorkomen.  Soms heeft een peuter gewoon zijn dag niet, of stelt hij vreselijk onredelijke eisen waaraan je echt niet tegemoet kunt komen. Een peuter kan dan behoorlijk driftig worden en overstuur raken. Probeer eerst te troosten, vertel  een kind dat je begrijpt dat hij boos is. Geef hem even de tijd om zijn emotie te uiten en dan tranen drogen. Leidt hem af door te zeggen dat je nu gezellig samen iets gaat doen. Voor peuters is dat vaak net een beetje houvast wat ze nodig hebben om uit hun boze bui te kunnen komen. Mocht dit niet werken, blijft hij boos, laat hem dan even uit razen.

Overweeg goed wanneer je nee wilt zeggen, of het de confrontatie waard is. Je zult niet de eerste zijn die zich afvraagt waarom je eigenlijk nee zei op de vraag. Maar wanneer een peuter al staat te gillen en stampvoeten is het niet handig om terug te komen op je besluit en toch te doen wat hij graag wil. Een kind krijgt dan het idee dat hij met  zijn driftbui toch iets heeft kunnen bereiken.

Wil je toch terug komen of je besluit dan kun je beter wachten tot een kind weer rustig is geworden en dan het voorval samen bespreken. Je kunt dan tot de conclusie komen dat je, nu jullie er rustig over gepraat hebben, begrijpt waarom hij iets wil en dat jullie dat best mag.

Het geven van een “time out” is minder nuttig. Een peuter zal wel leren dat zijn gedrag ongewenst is, maar leert niet hoe hij wel met zijn frustratie kan omgaan.

 Tips om je een beetje door de peuterpuberteit te helpen:

  1. Wanneer een kind zelf iets aandraagt, neem dit dan ook serieus. Dat shirtje staat misschien niet prachtig bij die broek en een cracker met chocopasta is niet zo lekker.  Voor zijn zelfvertrouwen is het goed hem niet te vaak te corrigeren
  2. Stem je programma af op een kind. Op visite gaan naar een drukke dag op de kinderopvang of naar de supermarkt aansluitend aan een ochtend peuterspeelzaal, zal tot meer strijd leiden.
  3. Met peuters kun je ook al goed afspraakjes maken. Zo kan je er ook voor zorgen dat hij minder snel gefrustreerd raakt omdat iets niet lukt. Wil hij je bijvoorbeeld helpen met koken, spreek dan af dat hij wel de aardappels mag afspoelen, maar dat het schillen nog lastig voor hem is.

 

About Author

1 reactie

  1. Heel herkenbaar, ze willen zeker vaak al meer dan ze eigenlijk kunnen. Vaak weten ze ook al hoe het in het ideale geval móet en dat kan ook zéér vervelend voor ze zijn, als ze dan merken dat zij wel willen, maar hun lichaam nog niet. Je hebt ook gevallen zoals ik had met mijn hoogbegaafde zoon (wist ik toen nog niet). Hij vond kleurplaten inkleuren verschrikkelijk. Als het maar héél ietsje buiten de lijntjes ging wilde hij de tekening al meteen weggooien. Woedend was hij (op zichzelf). Mijn anderen kinderen genoten juist en hadden naar mijn idee niet eens door dat er flink buiten de dikke zwarte lijnen gekleurd werd 😉

Geef een reactie