Beelddenken en zinsontleding

5

Meester wil me deze week na school even spreken. Hij weet niet hoe hij Tijs kan bereiken met zinsontleding,  het ontleden van zinnen. Wat ze nu behandelen is de persoonsvorm en het onderwerp. De meester kan maar niet tot mijn kind doordringen wat het verschil tussen beide vormen is.

Boven mijn hoofd hangt één groot vraagteken. ‘Persoonsvorm? Onderwerp? Wat houdt dat ook al weer in? Help me eens op weg?’

Meester kijkt me verbaasd aan. Ik zie hem denken: ‘Ja, ja, een verhalenschrijfster die niets van ontleden af weet.’

‘Persoonsvorm: ik, hij, tante, moeder, hond etc.? Onderwerp is een voorwerp? Zoals bal, tafel, stoel?’ gok ik.
Meester begint te lachen: ‘En dat is nou precies wat Tijs ook denkt en wat hij consequent fout doet.’
‘Huh? De naam PERSOONsvorm zegt het toch eigenlijk al? Dat zijn toch alle woorden die op personen en dieren slaan?’

Meester knikt opgelucht en bedankt me voor het inzicht dat ik hem zo snel heb kunnen geven. Wanneer hij uitlegt dat in de zin ‘Jantje fietst naar school’, het persoonsvorm ‘fietst’ is en het onderwerp ‘Jantje’ reageer ik verbolgen.
‘Wat is dat nou voor een belachelijke regel. Welke mafketel heeft dit verzonnen? Het is toch logisch dat persoonsvorm met iemand of iets te maken heeft? Ik begrijp helemaal dat Tijs hiervan in de war raakt.’

Meester knikt en begrijpt nu waar het probleem zit.

‘Jij hebt zinsontleding vroeger toch ook moeten leren op school? Heb jij een ezelsbruggetje voor hem? Een plaatje of een beeld, wat hij kan visualiseren in zijn hoofd?’

Ik begin wat schaapachtig te lachen Kom er nu op een ‘harde’ manier achter dat ik niets (meer) weet van ontleden van zinnen. Dus mijn eventuele ezelsbruggetjes ben ik al jaren kwijt, als ik ze al ooit gehad heb. Ik schrijf op gevoel en dat gaat me goed af. Al die stomme regels. Ik word daar écht zo dwars van.

Ik waardeer de inzet van meester wel heel erg. Hij wil er alles aan doen om op een ‘andere’ manier het verschil tussen persoonsvorm en onderwerp aan mijn kind duidelijk te maken.
Onder het eten vertel ik mijn twee mannen over het gesprek met meester. Tijs knikt hard met zijn hoofd, wanneer ik vertel over mijn verwarring tussen persoonsvorm en onderwerp.
‘Dat heb ik precies hetzelfde, mama’, roept hij opgelucht.

Mijn man lacht en zegt: ‘de beelddenkertjes hebben elkaar weer gevonden.’
Tijs en ik geven elkaar een high five en zeuren nog even door over die stomme regels die één of andere malloot ooit bedacht heeft.

Een oplossing

Dan komt mijn man tussen beide: ‘Tja, het is nu eenmaal zo. Accepteer dat nou maar. We kunnen beter op zoek gaan naar een oplossing.’
Mijn kind en ik kijken elkaar aan en schieten in de lach.
Dat is mijn man. Niet zeuren en blijven hangen in iets waar je niets aan kan veranderen. Nee.. dan gaat hij het probleem pragmatisch oplossen, zodat het geen probleem meer is.

Na het eten gaan we met zijn drieën achter de laptop en googelen of er ezelsbruggetjes zijn om onderwerp en persoonsvorm uit elkaar te kunnen halen. En dan komt mijn man met een hele goede:

Persoonsvorm: maak de zin vragend en bijna altijd is het eerste woord de persoonsvorm en het tweede woord het onderwerp.

‘Ja, bijna altijd’, reageer ik met mijn kont tegen de kribbe. ‘En de andere keren dan?’
‘Die paar keer dat het anders is zal Tijs het fout hebben. Jammer dan.’

We nemen de proef op de som:
Jantje fietst naar school. Fietst Jantje naar school?
Fietst is persoonsvorm/Jantje is onderwerp.
Miep houdt van ijs. Houdt Miep van ijs?
Houdt is persoonsvorm/Miep is onderwerp.
We krijgen er lol in en binnen korte tijd hebben Tijs en ik het principe door.

Meester is blij met deze oplossing en zal deze ‘regel’ consequent herhalen tijdens de klassikale lessen en tegen Tijs zelf als het nodig is.

Ik ben benieuwd welke vormen in het zinsontleding we nog allemaal gaan tegenkomen. Opricht vraag ik me af of al die regeltjes zin hebben. Ik gebruik ze in ieder geval niet. Wist niet eens wat persoonsvorm en onderwerp in hield. Maar toch schrijf ik. Ik schrijf volzinnen, maak niet al te veel spelfouten. Schrijf op gevoel. En dat voelt goed. En ach, als ik mijn eigen zinnen niet kan ontleden?  Jammer dan. Die uitdaging laat ik graag aan anderen over.

About Author

In 2012 kwam Aimee Pijl er per toeval achter dat haar kind wel eens een beelddenker kon zijn. Een nieuwe wereld ging voor haar open open en veel puzzelstukjes vielen op hun plek. Door over haar ervaringen van beelddenken te schrijven op haar website www.kind-in-beeld.com

5 reacties

  1. Een ezelsbruggetje: het woord persoonsvorm geeft het werkwoord de vorm. Voorbeeld: Jantje loopt ((loopt = de persoonsvorm). Jantje en Liesje lopen ( lopen = de persoonsvorm)

  2. Gaaf! Jullie hebben een manier gevonden om de persoonsvorm te vinden. Maar weet je nu wat een persoonsvorm is? Is de verwarring met het woord “persoon” al opgelost?
    Wat je eigenlijk als eerste moet weten, is wat een werkwoord is. Bijna alle kinderen weten dat. Een werkwoord geeft aan dat je iets doet (fietsen, lopen, slapen, …) of dat je iets bent (zijn, worden, blijven, …).
    (er zijn ook nog wat extra werkwoorden als hebben, moeten, mogen, kunnen, … maar daar begin je niet mee ;-))

    Als je weet wat een werkwoord is, dan moet je weten dat ieder werkwoord verschillende vormen heeft.
    Bijvoorbeeld: lopen, loop, loopt, liep, liepen, gelopen, lopend.

    Sommige van die vormen veranderen als er een andere persoon of ding is die het doet of is.

    ik loop -> jij loopt -> wij lopen.

    Sommige vormen blijven altijd hetzelfde.
    ik heb gelopen -> jij hebt gelopen -> wij hebben gelopen

    De vormen die veranderen als er een andere persoon of ding “het doet”, noemen we persoonsvormen.

    Met beelddenkers probeer ik altijd een beeld te zoeken wat voor hen werkt. Sommigen zien graag de actie in de zin voor zich, sommige maken het abstracter (klei die verandert van vorm, een kussen dat indeukt, …)

    Tot slot: de “persoon” die ervoor zorgt dat de persoonsvorm verandert, noemen we het onderwerp. En wie dat bedacht heeft, geen idee. Dat etiket moet je gewoon leren. 😉

    • Beste Margit, bedankt voor de duidelijke uitleg, denk ik, van persoonsvorm en onderwerp. Alleen ben ik, als beelddenker, de draad al snel kwijt en snap het dan nog steeds niet. Ik heb ezelsbruggetjes nodig, want ik blijf bij het woord persoonsvorm steeds een persoon voor me zien. Ook, helaas, na jouw uitleg. 😔

  3. Gea van der Wal on

    Of je maakt er een verleden tijd van 😉
    Zoals: jantje fietst naar school – jantje fietste naar school….

Geef een reactie