Beelddenken en dyslexie

1

Problemen die beelddenkers en dyslectische kinderen ondervinden op school zijn vaak heel vergelijkbaar. Toch is beelddenken niet hetzelfde als dyslexie.

Beelddenken wordt vaak verward met dyslexie. Niet alle beelddenkers zijn dyslectisch, maar de meeste dyslectici zijn wel beelddenkers. En hoewel de symptomen van dyslexie en beelddenken sterk op elkaar lijken, is er een belangrijk verschil tussen beide. Dyslexie is een neurologische stoornis. De samenwerking tussen beide hersenhelften werkt niet goed. De linkerhersenhelft heeft moeite met het opslaan van klanken en woorden. Beelddenken is een denkproces, waarbij het visuele leersysteem de voorkeur geniet.

Dyslexie

Er zijn verschillende theorieën over de oorzaak van dyslexie. Drie veelvoorkomende theorieën zijn:

  1. Er gaat iets niet goed bij de aanleg van de hersenen waardoor de linkerhersenhelft zich langzamer ontwikkelt dan de rechterhersenhelft.
  2. Een deel van de informatieverwerking in de hersenen verloopt niet snel genoeg.
  3. Er is sprake van verlaagde activiteit in de hersengebieden voor woordherkenning en woordanalyse.

Naast alle theorieën weet men dat dyslexie in grote mate erfelijk bepaald is. Kinderen van ouders met dyslexie hebben een grotere kans om zelf dyslexie te krijgen, dan kinderen waarbij geen dyslexie in de familie voorkomt.
Dyslexie komt voor bij ongeveer 4 procent van alle Nederlanders, bij wie bijna drie keer zoveel jongens als meisjes dyslexie hebben.

Beelddenken

Een kind dat in beelden denkt verwerkt informatie sneller dan een taaldenker. 32 Beelden per seconde tegenover twee woorden per seconde. Een beelddenker heeft moeite om in woorden duidelijk te maken wat hij denkt. Hij moet de beelden vertalen in woorden. Iets wat tijd kost.
De problemen bij dyslexie zijn blijvend, al kunnen met veel oefenen de “problemen” wel verminderen. De problemen die een beelddenker kan krijgen in het talige onderwijs, zijn met goede begeleiding vaak te verhelpen.

Onderwijssysteem

Het huidige onderwijs is taalkundig ingesteld. Een leerkracht vertelt en een kind luistert. Het onderwijs is veelal analytisch. Er wordt gewerkt vanuit de details naar het geheel. Welke letter staat er? Is het een b of een d? Het gaat om volgorde: straat of staart. Luisteren naar de klank die je hoort en het automatiseren.

Kinderen die de overstap naar het taaldenken niet (kunnen) maken, blijven visueel ingesteld. Niet de lesstof op school is het probleem, maar de talige manier van leren en lesgeven.

De beelddenker denkt in beelden vanuit het geheel, maar krijgt de leerstof op school niet op die manier aangeboden. Stukje voor stukje wordt de lesstof opgebouwd. Het is dan voor een beelddenker alsof hij een legpuzzel moet maken zonder dat hij het voorbeeld te zien krijgt

Leer kinderen hoe ze moeten leren

Belangrijk is om kinderen te helpen in hoe ze moeten of kunnen leren. Zorg dat kinderen weten en begrijpen waarom ze iets moeten leren. Dat ze het totaalbeeld zien waar ze naar toe werken.
Is een kind meer visueel ingesteld, zoek dan op Youtube naar filmpjes ter ondersteuning.

About Author

1 reactie

Geef een reactie