Als een kind iets niet wil!

0

‘’Ik wil niet naar zwemles!’’, roept mijn oudste verontwaardigd uit. Het gegil wordt luider en luider. Ik vraag haar of ze door wil gillen, of dat we er gewoon over kunnen praten. Gillen is nog niet over, dus verwijder ik me uit de ruimte voor mijn eigen rust. Ze wil meelopen, en blijft dan toch gillen op de plek waar ze is.

Ik pak rustig de zwemspullen, want geen haar op mijn hoofd die twijfelt over zwemles. Ook al is in de hitte zitten nu niet bepaald mijn hobby, sommige dingen horen erbij.

Dus kom ik beneden. Zwemtas gepakt, spullen erin, ja zelfs de waterschoentjes en sokken. Weg dochter. Weg. En waar ik ook roep en zoek, nergens te vinden….. grrrrr. Ik voel mezelf licht geïrriteerd raken, maar moet er ook wel een beetje om grinniken. Ik voel de lichtheid in mezelf terugkomen.

Ik loop nogmaals het huis door, nu begint papa ook mee te zoeken, en ja hoor, ze had zich onder het bed van haar zus verstopt.

Ik benoem wat mopperig wat ik ervan vind, we stappen in de auto en moeten vlot zijn, maar ik besluit me niet te haasten. Rij rustig die kant op, we praten erover. Dochter: maar ik wil echt niet naar zwemles. En wil je dan zeggen dat ik niet door het gat wil? Ja, ik wil dat best zeggen, maar benoem er ook bij, dat ze dan nog steeds naar zwemles zal moeten gaan, als ze richting een diploma wil.

We praten verder, over andere dingen nu en dan zegt ze grijnzend, met een blik naar mij: mama, als ik dan weer verstop he, voor zwemles, dan weet je nu waar je me moet zoeken! Twee ondeugende ogen kijken me aan. Ik schiet in de lach.

Op het zwembad, weigert ze te douchen. Ik vind het best, benoem wel wat de juf erover kan zeggen, en dan gaan we richting bad. Ik benoem dat ik wel ga vertellen, waarom we laat zijn. Ik noem nog even waarom er wel gedoucht wordt, en laat het bij haar.

Ik loop richting de coördinator. Geef hem korte uitleg over het te laat zijn. Hij begint te grijnzen, en zal haar wel eventjes vragen hoe het komt dat ze te laat is.

Ook mag ze het vertellen, tegen de hoofdzwemjuf na de les. Die vertelt dat ze het jammer vindt om te horen, want het gaat juist zo heerlijk goed, dat zwemmen. Ik zie haar ontspannen. Een lachje.

Ronald, de coördinator komt na de les nog even bij ons staan. Nou?! Vraagt hij. Wat vond je er zelf van? Ging goed, he? Ik vertel wat ik ervan vond, en hoe mooi ze inderdaad zwom, hoe verrast ik was van bepaalde kunsten.

En zelf vertelde ze er ook van dat het wel goed ging, maar ze vooral zin had in het stukje spelen nadien.

In de auto terug, geeft ze aan dat ze nog steeds niet naar zwemles wil. Maar, dat ik haar toch wel mag opzoeken, zodat we de volgende keer wel op tijd zijn.

De reden om er toch op in te gaan, is: ik leer haar, waarom we op tijd proberen te zijn. En ik leer haar, wat andere mensen ervan vinden, maar vooral het ”waarom”… zij kiest dan of zij erin meekan, ja of nee. En leert zo, dat het toch best een aardig idee is, om je zo af en toe te schikken in tijdsplannen of regels.

Op het moment van schrijven, gaan we lekker twee keer dit weekend. Want hoe vaker je oefent, hoe vlotter het klaar is. Zij bepaalde het tijdstip vandaag (ochtend of middag), en ik bepaalde dat ze ging.

‘’Is goed, mama. Als ik dan eerst nog even lekker mag spelen.’’ En dat is natuurlijk, geen enkel probleem. 

Na een paar weken, blijkt zwemles geen enkel probleem meer te zijn. Ze begint enthousiast te vertellen, over wat ze gedaan heeft en wat er al dan niet lukte. Ze gaat er met plezier naartoe, nu ze beter begrijpt waarom, wat en hoe en weet dat dit een van die dingen is, die erbij hoort. Maar waar ook een einde aan zit, als je het eenmaal kunt.

About Author

Delia Hofman

Delia Hofman was jarenlang (spel)begeleidster van kinderen en jongeren met ASS. Ze is moeder, en coacht bij Play 'n Move, gezinscoaching. Hier coacht ze kinderen, jongeren en/ of hun ouders.

Geef een reactie